Accepteren is niet iets dat je ‘even’ doet. Júist niet, eigenlijk.

Ja, ja, we weten ‘t wel. Dealen met moeilijke dingen betekent: accepteren. Want het is nu eenmaal zoals het is. En zo. Maar oké: HOE doe je dat dan?! Dat accepteren. Nou, eigenlijk heel simpel. Niet.

Echt, dat is het enige antwoord. Hoewel accepteren door de Van Dale als ‘aannemen’ of ‘aanvaarden’ wordt omschreven, en dat insinueert dat je iets ‘doet’, is de spirituele betekenis eigenlijk anders. Want even serieus, wat zou je dan moeten doen als je iets accepteert? Zeg, een break-up. Hoe accepteer je dat het over is? Vind je het dan opeens oké? Doet het je opeens niks meer? Stop je het in een hokje? Nee, toch?

Allereerst is het goed om eens te kijken waarom accepteren dan toch zo godsgruwelijk lastig is. Why? We vinden van alles. We vinden dat dingen op een bepaalde manier zouden moeten. Neem bijvoorbeeld bij die break-up, daar horen dingen bij die jij (of de ander) wel of niet ‘zou moeten doen’. Vinden we. Dingen zijn mooi of lelijk, leuk of niet leuk, goed of slecht. Dat hebben we aangeleerd en dat zorgt ervoor dat we een oordeel hebben over… ja, over alles eigenlijk.

Alleen het onhandige van die oordelen is dat ze voor iedereen anders zijn. Hoe ik een break-up ervaar of aanpak, is anders dan hoe mijn vriend dat zou doen. En precies dat maakt oordelen eigenlijk vrij nutteloos. En vooral frusterend. Want ik kan wel vinden dat hij dingen op een bepaalde manier zou moeten aanpakken, maar daar denkt hij vanuit zijn perspectief misschien wel heel anders over. En zo lang ik een oordeel heb over hoe een situatie eigenlijk zou moeten zijn, is het retemoeilijk om het te accepteren ‘zoals het is’. Snap je?

Accepteren is dus niet iets dat je doet. Het betekent juist dat je niets doet. Niets doet én niets vindt. Het betekent dat je het laat gebeuren zoals het gebeurt. Zonder aan principes, een mening of een oordeel vast te houden. En uh nee, dat is niet bepaald makkelijk. De kunst is om het allemaal écht te laten zijn zoals het is. Om het door je heen te laten gaan, zonder het te willen veranderen, zonder het aan te pakken, zonder er een label op te plakken of er iets van te willen vinden. Je hoeft het dus ook niet opeens ‘goed’ te vinden. Je vindt niks. Zelfs als je oordelende ‘ik’ vindt dat het niet goed is, laat je het voor wat het is. En dat is altijd helemaal oké. Zoals het is dus.

Geef een reactie