4 vragen die negatieve gedachten eens goed onder de loep nemen

Een hoofd bomvol overtuigingen en gedachten die eigenlijk maar een ding willen: de werkelijkheid verdraaien. Tanja leerde veel van de techniek van Byron Katie, die met vier simpele vragen laat zien hoe je er de discussie mee kunt aangaan. 

Hoe vaak vinden we dat dingen anders moeten dan ze werkelijk zijn? ‘Hij zou meer z’n best moeten doen’, ‘Ik zou dit beter moeten kunnen’, ‘Die persoon had vriendelijker moeten zijn.’ Ja, toch? Alleen heeft het zo weinig zin om dat allemaal te vinden. Het heeft niet zoveel zin om te willen dat de realiteit anders is dan ‘ie is.

Dat is het uitgangspunt van Byron Katie. Ze schreef het er boek ‘Vier vragen die je leven veranderen’ over. Daarmee introduceerde ze ‘The Work’. Een – eigenlijk heel simpele – methode om niet alles te geloven wat je denkt, maar vooral heel kritisch te zijn op al die overtuigingen en gedachten. Want, gedachten zijn maar gedachten. En gedachten zijn niet per se de waarheid.

Volgens Byron Katie leggen onze gedachten en overtuigingen beperkingen op, maar als je anders leert denken kunnen ze je juist openstellen voor andere mogelijkheden. Het ligt er maar net aan welke je gelooft. Als je gedachten toch niet de realiteit zijn, kun je het beste kiezen voor welke het beste voelt, toch? Als voorbeeld geeft ze vaak dat mensen ooit dachten dat we niet op de maan konden komen. Totdat iemand de gedachte omdraaide: ‘We kunnen wél op de maan komen…’ De rest is geschiedenis.

Het vraagt wat oefening, maar het is een leuke manier om eens de discussie aan te gaan met al die duizenden gedachten in je hoofd. Het gaat in dit geval vooral om gedachten die je in de weg zitten. Die negatief zijn en waar je last van hebt.

  • Vraag 1: Is deze gedachte waar?
    Stel je denkt: ‘Mijn baas vindt me niet goed genoeg’. Klopt dat dan, of is dat iets dat jij bedacht hebt? Dus: is het echt zo dat hij/zij dat vindt? Of is het jouw overtuiging? Als je goed voelt, weet je waarschijnlijk heel goed of het antwoord ‘ja’ of ‘nee’ is. Het hele verhaal eromheen kun je laten voor wat het is. Als het antwoord op deze vraag ‘nee’ is, kun je meteen verder met vraag 3. Is je antwoord ‘ja’, ga dan naar vraag 2.
  • Vraag 2: Kan ik absoluut weten dat het waar is?
    Dus, weet je echt 100% zeker dat deze overtuiging waar is? Ontleed de gedachte die je hebt. Bijvoorbeeld: wat bedoel jij met goed genoeg? En bedoelt je baas daarmee hetzelfde? Kun je überhaupt ooit zeker weten of je gedachte waar is? Kan natuurlijk zijn dat het waar is, dat je ook met het mes op je keel zou zweren dat je baas je niet goed genoeg vindt. Dan is het tijd om er iets aan te doen. Maar 9 van de 10 keer zul je er bij deze vraag achterkomen dat de gedachte niet per se helemaal waar is.
  • Vraag 3: Wat gebeurt er als ik deze gedachte geloof?
    Wat doet deze overtuiging met je? Word je boos, verdrietig, bang om je baan kwijt te raken? Dus welke emotie roept de gedachte bij je op? En hoe gedraag je je nu je deze gedachte gelooft? Naar jezelf en naar de ander? Probeer goed je eigen reactie en gedrag te analyseren.
  • Vraag 4: Wie zou ik zijn zonder deze gedachte?
    Ben je blij met je reactie en je gedrag? Wat zou je doen als je deze gedachte niet zou geloven? Zou je reactie dan hetzelfde zijn? Zou je je beter voelen?

Vervolgens: draai het om. Waarschijnlijk heb je met bovenstaande vragen je overtuiging aan het wankelen gebracht. Een goed ding, want het is zonde om je enkel en alleen door je eigen overtuigingen te laten leiden als er nog zoveel meer waarheden kunnen zijn. Keer je gedachte om naar jezelf, naar de ander en naar het tegenoverstelde, dus: ‘Ik vind mezelf niet goed genoeg’, ‘Ik vind mijn baas niet goed genoeg’ en ‘Mijn baas vindt mij goed genoeg’. Welke gedachte geeft je dan het beste gevoel? Is het niet veel fijner om dát te geloven?

Geef een reactie