Het impostor syndrome: wat als ze erachter komen dat ik het helemaal niet kan?

Tanja kan enorm twijfelen aan haar eigen kunnen en geloofwaardigheid. Het gevoel dat ‘ze’ er elk moment achter komen dat ze het helemaal niet kan. Klinkt cray-cray, maar dit fenomeen heeft een naam: het impostor syndrome. Herkenbaar? Het komt vaker voor dan je denkt.

Oké, eerlijk? Ik vind elk artikel dat ik schrijf in eerste instantie helemaal k*t. Op het moment dat ik het aanlever, denk ik steevast: ‘Dit gaan ze afkeuren, niemand gaat dit plaatsen’. Vrij onhandig, aangezien ik gemiddeld 8 stukken per week tik. Maar op de een of andere manier sta ik altijd paraat om een telefoontje te ontvangen van mijn uitgever of een klant met de boodschap: ‘HA, Tanja! Wat ben jij belachelijk slecht in je werk!’

Hoewel ik heus wel weet dat mijn werk goed is en gewaardeerd wordt, ben ik als de dood dat ze er opeens achter komen dat het allemaal nergens op slaat. Dat ik ook maar wat doe, dat mijn niveau om te janken is, dat ik fouten heb gemaakt en dat ik mensen voor de gek houd. Ze denken nu misschien dat het goed is, maar ze zien nog niet dat ik het eigenlijk helemaal niet kan. Want het kan altijd beter. Hoewel ik op elk artikel echt mijn best doe, kán het altijd beter.

Herkenbaar? Dat kan. Eerst dacht ik dat het een soort onderdrukte faalangst was die opkwam bij groeiende verantwoordelijkheden, maar het blijkt een specifieker probleem te zijn. Mijn angst om door de mand te vallen heet het ‘impostor syndrome’. Oftewel: het oplichterssyndroom. En dat is een veelvoorkomend fenomeen, waar vooral hoogopgeleide vrouwen last van hebben. Ook Facebook COO Sheryl Sandberg bijvoorbeeld, gaf toe: “Er zijn nog steeds dagen dat ik wakker word en me een bedrieger voel.”

Hoe irritant het ook is, de kunst is om het toch niet te serieus te nemen. Want ergens weet je heel goed dat het niet zo is. Dat je je geen zorgen hoeft te maken. En zo lang er nog dingen uit je vingers komen, is het geen ramp dat je onzeker bent over je werk. Sterker nog: het is eigenlijk een goed ding. Want twijfel en onzekerheid houden je scherp, brengen je werkt tot grotere hoogtes en zorgen ervoor dat je jezelf blijft uitdagen. Volgens dichter Charles Bukowski is twijfel zelfs teken van intelligentie: “The problem with the world is that the intelligent people are full of doubts, while the stupid ones are full of confidence.” Dus daar houd ik me bij een aanval van oplichtersmanie dan maar aan vast…

Geef een reactie