De 5 fases die ik doormaakte tijdens een stilteretraite

Tanja ging op stilteretraite. Geen Ibiza-gebeuren, maar een week lang in een chateau in België. Zoals ze hoopte kwam ze ultiem zen thuis, maar daarvoor ging ze wel een paar fases door: van intens verdriet tot een niet te onderdrukken lachbui.

Hoewel ik begrijp dat het voor veel mensen een marteling lijkt, klonk een stilteretraite voor mij hemels. Een week lang helemaal niks en niemand. En dan heb ik het niet over zo’n yogagebeuren bij een zwembad op Ibiza. Ik schreef me in voor een week stilte in een chateau in de Belgische Ardennen. Midden in het bos. In oktober.

Ik had geen idee wat me te wachten stond, maar ik vond mezelf best getraind in spiritualiteit dus ik had er in eerste instantie meer zin in dan dat ik er tegenop zag. Ik was wel benieuwd wat ik allemaal zou leren over mezelf. En ik moest ook gewoon even uit de rollercoaster van werk en het vrijgezellenleven stappen. Een stilteretraite voelde echt helemaal als het juiste ding op het juiste moment.

En dat was het ook. Als herboren kwam ik terug. Maar dat is achteraf makkelijk praten. Of ik het zou ik het aanraden? Ja! Of het heftig is? Ook dat. Er komt sowieso een moment dat je naar huis wil, er geen zin meer in hebt of uit pure verveling niet meer weet wat je moet doen. Maar dat is nou helemaal precies waar het om draait.

Voor wie nog durft, deze fases kwam ik tegen.

1. Weerstand en pure angst

Hoewel ik me met goede moed inschreef, kreeg ik een week voor de retraite een soort rare weerstand. Ik had er opeens totaal geen zin meer in. Het koste best veel geld, en wat zou ik er nou helemaal aan hebben? En wat als ik achter allerlei rare shit uit mijn verleden zou komen? Wat als ik gek zou worden? En ook realiseerde ik me opeens dat ik een week onbereikbaar zou zijn. Wat als er iets zou gebeuren? Ik overwoog serieus om de retraite af te zeggen.

2. Intense huilpartijen

Eenmaal daar bleek het best chill. De omgeving was super mooi en ik had een slaapkamer voor mezelf. En ook de andere mensen kwamen aardig over. We konden de eerste avond ook gewoon een praatje maken, voordat de volgende dag de stilte in ging. Maar op het moment dat ik die ochtend de meditatiezaal inliep en ging zitten, sprongen de tranen in mijn ogen. Dit was waarvoor ik gekomen was. Deze rust. Alsof er opeens ruimte was, kwam alles naar boven. Liefdesverdriet, eenzaamheid, onzekerheid. De tranen rolden over mijn wangen en ik moest mijn best doen om geen snikgeluiden te maken (want stilteretraite). En hoewel ik een beetje schrok van mijn reactie, was het heerlijk! Eindelijk kon alles eruit en was er niemand die me ging troosten of voor wie ik het hoefde in te houden. Ik kon hier gewoon ongegeneerd zitten janken. Als ik wilde zeven dagen lang. En door er juist eens niét over te praten, kon ik vol de misere induiken en dat was exact wat ik nodig had.

3. Tergende ergernis en ongekende woede

Maar goed na drie dagen janken, mediteren en rondjes wandelen door hetzelfde bos met dezelfde mensen, die allemaal niks zeggen, was ik er wel even klaar mee. Ik begon me verschrikkelijk te ergeren. Aan de omgeving. Aan die mensen. En ook aan het feit dat ik nul afleiding had. Wat zat ik daar nou eigenlijk helemaal te doen? En was het nou eindelijk eens klaar met dat gejank? Als een soort boze puber had ik opeens geen zin meer om mee te doen. ’s Ochtends skipte ik de yogales om in m’n eentje te gaan zwemmen in een meer in de buurt, en ’s middags vluchtte ik de sauna in en probeerde ik een dutje te doen. En na het eten ging ook weer linea recta naar mijn kamer. Tijdens sommige meditatiesessies was er ruimte om vragen te stellen en daar maakte iedereen gretig gebruik van, maar zelfs daar had ik geen zin in. Laat me lekker, dacht ik. En opeens begon het te dagen. Ik had het idee dat er iets van me verwacht werd, dat ik heel zen die retraite door moest fietsen en me ultiem chill zou voelen. Maar niets bleek minder waar, en dat maakte me ontzettend kwaad. Op mezelf.

4. Manie

Normaal doe je je best om zo’n woedend gevoel weg te wuiven of van je af te roddelen, maar nu kon ik er geen afleiding van vinden. En dat werd eigenlijk wel grappig. Want na een dag moest ik opeens heel erg hard lachen om mijn eigen irritaties. Zo hard dat ik me bijna niet in kon houden. Terwijl we met de groep rondwandelden door het bos, zag ik een van de deelnemers bij een watervalletje staan. Hij stond gewoon eens lekker de schone lucht en de geluiden in zich op te nemen met zijn ogen dicht. Ik schoot in de lach. Wat staat ‘ie daar nou te hard te gaan op die waterval? Ik moest wegkijken om een lachstuip te onderdrukken. Tijdens het eten kwam diezelfde man naast me zitten. Hij was ontzettend bewust van zijn eten aan het genieten en dat werkte wederom op mijn lachspieren. Ik probeerde me in de houden om de stilte niet te verstoren, maar eenmaal op mijn kamer barstte ik in lachen uit. Na een paar seconden ging dat lachen als vanzelf over in huilen, omdat ik gewoon niet meer wist waar ik het zoeken moest. Ik leek wel compleet gestoord, maar juist die hysterie in combinatie met de stilte maakte dat dit moment als een soort doorbraak voelde.

5. Ultieme zen voor thuis

Als ik soms in een hectische periode zit, kan ik oprecht terugverlangen naar dat chateau en die mensen en het heerlijke feit dat niemand zich met je bemoeit. Ondanks dat ik dus de ogen uit mijn kop jankte, me een boze puber voelde en als een debiel de slappe lach kreeg, was ik onderliggend al de hele week kalm én stil. Juist doordat ik niet aan die gedachten, emoties en gevoelens kón toegeven, leerde ik dat ze me dus niet onderuit kunnen halen. Dat het ook prima is om ze te laten. Dat er blijkbaar altijd een kalmte in me zit die niet te verstoren is. Die realisatie, dat ik zoveel tegelijk kan voelen en dat allemaal vanzelf komt en gaat, is een inzicht dat me tot vandaag nog helpt.

Geef een reactie